DE BRANS

Inhoud

DE BRANS is een grotesk heksendrama dat zich in Vlaanderen tijdens de heksenprocessen in de 17e eeuw afspeelt. Het gezin Brans staat centraal: de vermeende heks, Jeanne, haar lichtzinnige man Gaspard, haar vrijgevochten dochter Genoveva, haar zoon Paul/Flierefluiter en haar zoon Lieven. De rode draad in het verhaal is de lijdensweg van Jeanne: de beschuldigingen, de arrestatie, de controle op duivelsmerken, de verhoren, de folteringen, de afgedwongen bekentenis, het herroepen ervan en haar dood door foltering. En Gaspard moet het gelag betalen: zijn doeningske, een koe en een varken zijn de prijs van het proces. En de kinderen, niets ontziend, wreken zich op de ouderen en beroven zich dan zelf van het leven.

Het stuk is gebaseerd op waargebeurde feiten.

Het werd nog niet opgevoerd

Rolbezetting: 4 dames,  13 heren, 2 zangers, figuratie

Tijdsduur: 120 minuten

Auteursrechten: Almo

web heksen

Heksensabat 1510, Hans Baldung

Fragment

Jeanne is geboeid. De beul Ulrich en zijn helper, Sebastiaan, bevestigen de halsband, die aan de binnenkant voorzien is van zeer scherpe pinnen met strak gespannen koorden aan de muur.       

ULRICH  tegen het publiek Haar hoofd gaat hier in en als ze het naar voor of naar achter, naar links of naar rechts laat vallen, dringen de pinnen in haar keel of hals. Het is een heel doeltreffend folterinstrument.

Ulrich laat iemand uit het publiek de pinnen betasten, terwijl Sebastiaan de driepoot met puntig zitvlak binnenbrengt.  

ULRICH  tegen het publiek Dit stoeltje op drie poten en puntig zitvlak wordt meestal gebruikt in combinatie met de halsband. Het is de meest vreselijke foltering die men een vrouw kan aandoen.

Sebastiaan laat iemand uit het publiek het stoeltje uitproberen. Ondertussen bevestigt Ulrich de halsband rond Jeanne’s nek.

ULRICH  Wie geïnteresseerd is, kan die foltertuigen in musea bewonderen. Ook andere, nog gruwelijker, wat niet wil zeggen dat die daarom efficiënter zijn.

BALJUW  tegen het publiek Nu begint het serieuze werk en daarvoor hebben we een inquisiteur ingehuurd: pater Dominicus.

INQUISITEUR  tegen het publiek Ik ben Gods nederige dienaar en heet pater

Dominicus, genoemd naar de grootste vervolger aller tijden, de man die heilig verklaard werd en naar wie de Dominicanerorde genoemd is: Domingo de Guzman. En om deze heilige man te typeren vertel ik gaarne een anekdote. Een paar honderd jaar geleden trok het Frans leger naar de stad Albi om er de ketters uit te roeien. Pater Dominicus maakte deel uit van het gevolg. De legeraanvoerder, die tijdens het beleg het sein moest geven tot de beslissende aanval, werd plots overvallen door twijfel. In de stad woonden ook rechtgelovige mensen. En hij vroeg aan pater Dominicus: hoe kunnen we ketters van rechtgelovigen onderscheiden? En Dominicus antwoordde: Doodt ze allemaal, God kent ze wel! Misschien kende gij het verhaal, in een andere versie, waarschijnlijk?

Vouwt zijn handen, sluit de ogen, bidt, richt zich tot Jeanne In welke gedaante verschijnen duivels die zich soms op uw dak bevinden? Zijt ge werkelijk in staat om ervoor te zorgen dat zij wegblijven?

JEANNE  Ik zag nooit duivels op ons dak zitten.

INQUISITEUR  Komen die duivels niet dikwijls bij u thuis om zich met u te onderhouden?

JEANNE  Neen.

INQUISITEUR  Zijt ge al dan niet met Anna De Moor gaan dansen op de vergaderingen met de vijand?

JEANNE  Niet.

INQUISITEUR  Hoe hebt ge de vrouw van François de Meyere betoverd?

JEANNE  Ik heb die vrouw niet betoverd.

INQUISITEUR  Heeft pastoor Raede u gevisiteerd?

JEANNE  Ja.

INQUISITEUR  Heeft pastoor Raede u daarbij geschoren en uw naakte lichaam op duivelsmerken gecontroleerd?

JEANNE  Ja.

INQUISITEUR  Heeft pastoor Raede toen met u geslachtsverkeer gehad?

JEANNE  Neen.

INQUISITEUR  Hebt gij uw dochter leren toveren?

JEANNE  Neen.

INQUISITEUR  Hoe hebt gij Frans Commere betoverd?

JEANNE  Ik heb Frans Commere niet betoverd.

INQUISITEUR  tegen het publiek Nu doe ik teken naar de beul. Waarom? Omdat ik niet inzie hoe ik anders een bekentenis kan afdwingen. Elk weldenkend mens is er van overtuigd dat folteren een noodzakelijk kwaad is met de klemtoon op noodzakelijk.

ULRICH  tegen het publiek Ik trek aan de kabel. De halsband komt in beweging en prikt in haar hals.

JEANNE  tegen het publiek Het is een scherpe pijn. De pijn die dat toestel veroorzaakt is dubbel zo groot als de pijn die een doornenkroon veroorzaakt. De pinnen zijn dubbel zo groot als stekels.

INQUISITEUR  tegen het publiek Ze durft haar beproeving vergelijken met het lijden van Gods zoon! Schandalig!

ULRICH  tegen het publiek Foltertuigen zijn zo gemaakt dat ze enorm veel pijn veroorzaken maar voor geen blijvende letsels mogen zorgen.

INQUISITEUR  tegen het publiek We mogen het doel niet uit het oog verliezen. Ik heb collega’s gekend, ik mag dat zeggen, die er plezier in vonden om mensen pijn te doen. En die wisten dan ook nooit van ophouden! De bedoeling van folteren is niet iemand pijn doen maar een bekentenis afdwingen. En liefst zo snel mogelijk. Niet onbelangrijk: de gefolterde moet de bekentenis nadien, dus niet meer onder foltering, herhalen. Maar we lopen op de zaken vooruit.

ULRICH  tegen het publiek We zeiden het al. Het meest probate middel is een combinatie van de halsband met de driepikkel.

Ulrich en Sebastiaan houden Jeanne boven de driepikkel.

JEANNE  Stop! Als ge wilt dat ik spreek … haal mij van die pin en maak dat ding rond mijn hals los.

INQUISITEUR  Haal haar van de stoel. De halsband blijft, maar draaglijk.

Ulrich en Sebastiaan doen wat de inquisiteur oplegt.

JEANNE  Op een dag, toen ik op weg was naar de vrijweide, ontmoette ik mijn boel. Ik sloot met hem een pact en we hadden daarna geslachtsgemeenschap. Hij had een ijskoud aanvoelende penis waaruit geen sperma kwam. Hij heeft mij merktekens gegeven. Op mijn linkerschouder en op mijn rechterbeen. In de daaropvolgende weken hadden we twee keer per week geslachtsgemeenschap.

INQUISITEUR  En zijt ge met hem naar de sabbat gegaan?

JEANNE  Ja. Die vergaderingen vonden plaats op een weide. Ik danste er rug aan rug met andere toveressen.

INQUISITEUR  En wie waren die andere toveressen?

JEANNE  Johanna De Moes, Maaike Verfaillie, Mariette Verbuere en Anna De Moor. Het was mijn boel die mij vroeg om het been van Sus De Witte te besmetten. Ik heb kruiden in zijn hutsepot geroerd. Mijn boel gaf mij ook de opdracht om nog mensen te betoveren.

INQUISITEUR  Wie?

JEANNE  De vrouw van Blankaert en Rogier Verwilst. Die laatste heb ik betoverd door hem een slag op zijn hoofd te geven. Ik kan hem er weer bovenop helpen met een kruid van witte bloempjes die in de beek groeien. Het paard van Wouter David heb ik ziek gemaakt door met een stokje op zijn achterpoten te slaan.

BALJUW  tegen het publiek Ze heeft dus bekend. Die bekentenissen moet ze nu herhalen zonder folterinstrumenten en voor drie leenmannen.

BALJUW  Jeanne Brans, gelieve voor deze geachte heren leenmannen uw moedige bekentenissen herhalen.

JEANNE  Mijne heren, ik trek al mijn ‘moedige’ bekentenissen in.

BALJUW  Wablief?

JEANNE  ’t Was de pijn die van mij een lafaard maakte en mij dingen deed zeggen die nooit gebeurd zijn.

BALJUW  Ge maakt uzelf belachelijk. Ge maakt ons belachelijk. Ge maakt de Kerk belachelijk. Ge maakt heel de wereld belachelijk.

JEANNE  Zolang ge mij foltert, kunt ge mij dingen doen zeggen die gefantaseerd zijn. Het is die helse pijn die mij aan het fantaseren brengt. Pijn en fantasie gaan samen.

BALJUW  Okee! Alles moet overgedaan worden.