HET RECHT VAN DE STERKSTE volgens Buysse en Balduk

Inhoud

Het stuk speelt zich af in het milieu van dagloners en is gebaseerd op een roman van Cyriel Buysse.

Kamiel Balduk, Klod den Vos, Slijperke, Slimke, Manse, Lizatje en Maria Beert zijn de centrale figuren in deze groteske waarin de kleine mens zich aan de kleine mens vergrijpt tot verdriet van de oudjes en tot jolijt van de heersende klasse. 

Maria is door Kamiel verkracht en met hem getrouwd omdat ze een kind van hem verwachtte. Ze is door kommer en kwel fel verzwakt.

Kamiel, een ruwe kerel met een klein lontje, verliest zijn job bij de baron door de brutale opzichter aan te vallen. Hij geraakt in de miserie en wordt eruit getrokken door twee ongure types die hem meelokken naar een bar en hem een toekomst in de misdaad voorspiegelen. Hij hapt toe.

Lizatje, een meisje met een warm hart en zin voor rechtvaardigheid, bekommert zich om haar zus, Maria, die zwaar ziek is. Ze krijgen het bezoek van de barones, mevrouw Pluimstaart, die aan goede werken en naastenliefde doet, maar Lizatje ontluistert het paternalistisch optreden van ‘Madama, la patronesse’.

Kamiel wreekt zich op de opzichter en uiteindelijk ook op zijn kompanen. Hij wordt gek, een ziekte waaraan volgens zijn moeder ook zijn vader geleden heeft en gestorven is.

Rolbezetting: 5 dames, 7 heren (dubbelrol), stripteaseuse

Tijdsduur: 100 minuten

Auteursrechten: Almo

web balduk 2
web balduk 1
web balduk 4
web balduk 7
web balduk 8
web balduk 5
web balduk 9
web balduk 10
web balduk 11
web balduk 13
web balduk 14

Foto’s van de voorstelling door Het zwarte gat met Chris Clickemaillie,  Dorine Vande Kerckhove, Melissa Anseeuw, Fieda Deschepper, Paul Vanlaere, Marc Vanoverschelde, Sabine Schotte, Dany Bauwens en Daniël Dequid (accordeon) in regie van de auteur in De Feniks te Wingene (1999).

Fragment

MARIA: Kamiel alstublieft, ga vanavond toch niet naar de gelapte Sjako. Doe dat niet, Kamiel, voor ons, voor mij en voor ons kind. (stilte) Gij nu.

BALDUK: Is ’t waar dat ge er weer aan zijt? 

MARIA: Kan beter.

BALDUK: (herneemt) Is ’t waar dat ge er weer aan zijt?

MARIA: Goed zo. G’ hebt de goeie toon. Houd hem. Nog ’n keer.

BALDUK: (herneemt) Is ’t waar dat ge er weer aan zijt?

MARIA: Ja, Kamiel.

BALDUK: Is ’t van mij?

MARIA: Maar Kamiel, hoe durft gij toch zo iets zeggen?

BALDUK: ’t Is over dat daar. Met dat waterhoofd.

MARIA: Ons Mathildeke heeft geen waterhoofd, Kamiel. (snikt)

Balduk staat recht met de bedoeling te vertrekken. Maria pakt hem bij de arm.

Er volgt een feest van ellende.

Moeder Balduk zingt in duo met vader Beert een levenslied van de Zangeres Zonder Naam.

Tijdens de zang zetten Maria en Balduk de dialoog die volgt om in een gebarenspel.

MARIA: Laat ons in ons bed kruipen, Kamiel, ik voel mij niet goed.

BALDUK: Uit mijn ogen gij.

MARIA: ‘k Smeek u Kamiel, laat ons in ons bed kruipen.

BALDUK: Werken, wroeten, lijk een beest voor u en dat jong. En nu weer een ander. Stank voor dank.

MARIA: Ach Kamiel, spreek toch zo niet.

BALDUK: Kruip alleen in uw nest.

MARIA: Gij ook, Kamiel? Ik laat u niet graag hier zitten piekeren. Ge steekt dan van alles in uw kop. Morgen is ’t er were nen dag Kamiel, den dag brengt raad. Gauw, kom, laat ons in ons bed …

BALDUK: Kruip alleen in uw nest, zeg ik u, of ‘k sla d’er u in.

MARIA: Och Here …

Tableau vivant: Balduk die uithaalt naar Maria.

Finale levenslied. Applaus. Moeder Beert en vader Balduk groeten en gaan af.

Maria en Balduk hernemen de dialoog, die ze daarnet als stom spel gebracht hebben.

MARIA: Laat ons in ons bed kruipen, Kamiel, ik voel mij niet goed.

BALDUK: Uit mijn ogen gij.

MARIA: ‘k Smeek u Kamiel, laat ons in ons bed kruipen.

BALDUK: Werken, wroeten, lijk een beest voor u en dat jong. En nu weer een ander. Stank voor dank.

MARIA: Ach Kamiel, spreek toch zo niet.

BALDUK: Kruip alleen in uw nest.

MARIA: Gij ook, Kamiel? Ik laat u niet graag hier zitten piekeren. Ge steekt dan van alles in uw kop. Morgen is ’t er were nen dag Kamiel, den dag brengt raad. Gauw, kom, laat ons in ons bed …

BALDUK: Kruip alleen in uw nest, zeg ik u, of ‘k sla d’er u in.

MARIA: Och Here …

BALDUK: Maak dat g’hier wegkomt en pakt uwen bastaard mee.

MARIA: Bastaard?

Maria zingt een wiegeliedje à la ‘Wie zal er ons kindeke dauwen …’

Wordt op applaus onthaald door Slijperke en Klod die binnenvallen. Slijperke naar Balduk. Klod naar Maria en in plaats van het kind te kietelen, kietelt hij Maria die ermee kan lachen. Balduk weet met Slijperke te ontkomen. Klod groet Maria, die merkt dat de anderen verdwenen zijn.

MARIA: (angstig) Kamiel! Vuile smeerlappen!

KLOD: Sorry. (en af)