LEVE DE MOEREN

Inhoud

LEVE DE MOEREN is een op historische feiten en personen gebaseerd schelmenstuk. 

Het speelt zich af in het begin van de 17de eeuw. Isabella, de ambitieuze landvoogdes der Nederlanden, geeft hofarchitect Coeberger de opdracht om de Moeren, een uitgestrekt moeras, droog te leggen en er akkerland van te maken en zo voor welvaart in de streek te zorgen.

Coeberger, ook een gepassioneerd kunstschilder, en zijn drankzuchtige, corrupte werfleider Michiels slagen erin de onderneming op poten te zetten.

Maar er zijn kapers op de kust. Ze kopen moerduivels – een gemeen volkje dat geronseld werd om de dijken te bouwen – om en zij slaan bressen in de dijken.

Coeberger, die al zijn geld in de onderneming heeft geïnvesteerd, is een berooid man.

De vorstin, zijn toeverlaat, is niet meer bereikbaar, ze is in het klooster getreden. Ze naait er als een vrome, nederige non, haar onderbroeken.

De kapers vieren hun overwinning, maar het feest wordt ontsierd. 

Rolbezetting: 4 dames, 10 heren, 1 jongen

Duurtijd: 90 minuten (zonder pauze)

Auteursrechten: Almo

web moer 1
web moer 2
web moer 3
web moer 5
web moer 4
web moer 9
web moer 12
web moer 13
web moer 11

Foto’s uit de voorstelling door OTO (Onafhankelijk Toneel Oostduinkerke) in zaal Het Bedrijf met Jens Bouttery, Dario Clauw, Matthias Goderis, Fien Hillewaere, Fien Kesteloot, Collin Lagrou, Wim Lips, Irina Maerenhoudt, Gino Missiaen, Mieke Ronsmans, Svetlana Tagirova, Jan Vandendriessche en Ronny Wydoodt in regie van de auteur (2006)

Fragment

VORST Vanwaar komt al dat werkvolk, Coeberger, de streek is nochtans dun bevolkt, hier en daar een hut ?

COEBERGER  Michiels kan Uwe Majesteit daar meer over vertellen, hij leeft al meer dan twee jaar in die dun bevolkte streek. Hij heeft er ook een lief gevonden.

VORSTIN  Vertel eens, Michiels.

MICHIELS  Wel, Uwe Majesteit, ze komen van alle kanten.

COEBERGER  lachend Moerduivels, Uwe Majesteit.

VORSTIN  MoerDUIVELS ! ? Dat terrein moet besprenkeld worden met wijwater, Coeberger.

COEBERGER  Moerduivels …

VORSTIN  Spreek die naam niet meer uit !

COEBERGER  Het zijn mensen zoals Uwe Majestei … eh pardon zoals iedereen, maar het laagste van het laagste. Als je hun vraagt wie is God, dan valt hun mond open.

VORSTIN  Ze zijn nog niet gekerstend ! Waarom neem je geen werkvolk uit de streek, Michiels ?

MICHIELS  Die stropen liever, Uwe Majesteit.

VORSTIN  Dwing ze, Coeberger.

COEBERGER  De burgemeester neemt hen in bescherming, Uwe Majesteit.

VORSTIN  Moet ik een leger op hen afsturen, Coeberger ?

MICHIELS  Ze zijn niet in staat om met een spade te werken, Uwe Majesteit.

VORSTIN  En die hier wel, hé.

COEBERGER  Ja, Uwe Majesteit ziet hier alleen geoefende grondwerkers.

Een jongen klimt  op de stelling en volgt de acties van het gezelschap.

MICHIELS  Ze leven in de tenten, die je ginder ziet staan.

VORSTIN  Netjes ziet het er niet uit.

MICHIELS  Uitschot, hé.

COEBERGER  Echt het laagste van het laagste.

VORSTIN  Coeberger, het is onze plicht om de laagsten onder ons te verheffen. We zijn immers zelf maar wat de minsten onder ons zijn.

COEBERGER  Wat kan Uwe Majesteit dat toch wondermooi zeggen !

VORSTIN  Weet u waar dat staat, Coeberger ?

COEBERGER  In de bijbel zeker ?

VORSTIN  U bent het niet zeker. Gelooft u in God, Coeberger ? Natuurlijk gelooft u in God. Elk weldenkend mens gelooft in God en zijn Kerk. Zingt Credo in unum Deum … is de tekst kwijt … Coeberger, waarom toch hebben de slimste koppen zoveel kritiek op de Kerk ?

COEBERGER  Erger nog, Uwe Majesteit, ze hebben de Kerk bevochten maar god zij dank de duimen moeten leggen.

VORSTIN  U antwoordt niet op mijn vraag, Coeberger ?

COEBERGER  En die was, Uwe Majesteit ?

MICHIELS  komt tussenbeide Die slimme koppen, Uwe Majesteit, denken altijd dat zij de waarheid in pacht hebben.

VORSTIN  Inderdaad, maar … Coeberger ?

COEBERGER  Maar ?

MICHIELS  komt tussenbeide Ze lezen de bijbel op hun manier.

VORSTIN  Maar, Coeberger ?

COEBERGER  Maar ?

VORSTIN  Zij dwa  …

COEBERGER  Dwalen, natuurlijk, Uwe Majesteit.

VORSTIN  Coeberger, u behoort wel niet tot de slimste koppen van Vlaanderen, anders was u wellicht ook naar Holland vertrokken ?

COEBERGER  O, neen, nu onderschat Uwe Majesteit mij toch.

VORSTIN  Vergeet die opmerking, Coeberger. Ik twijfel geenszins aan uw trouw en heb het volste vertrouwen in u. U hebt het allemaal heel goed uitgerekend en op schaal gezet. En zijn de plannen ook uitvoerbaar ? Kijkt naar Michiels.

COEBERGER  Mag ik even, Uwe Majesteit, de achillespees van onze bouwwerken is de dijkage en dat heb ik ook beklemtoond : de dijkage, Michiels ! De dijkage de dijkage de dijkage drie keer, want als die begeeft, mogen we er een kruis over maken. Een vloedgolf spoelt alles weg. Meteen. PAUZE Kijk, Uwe Majesteit, hoe ruw en rauw en brutaal en opvliegend die kerels ook zijn, ze doen dat werk met liefde, heel veel liefde. Heel gedreven. Met bezieling. Bezieling en begeestering zijn een wapen in de strijd tegen slechte krachten, tegen boze geesten, want die liggen op de loer, hé. Fierheid, Michiels, zei ik tegen hem, uw mannen moeten er fier op zijn dat ze een bijdrage mogen leveren tot de verwezenlijking van een immens, groots en humaan werk.

MICHIELS  En hun bakkes viel open toen ik hun dat zei. Uwe Majesteit mag niet vergeten dat die mannen alleen maar uit zijn op de bevrediging van hun behoeften, hun lusten, hun driften, vergeef me het woordgebruik : vreten, zuipen, schijten en vogelen. Ze kennen ook geen wetten. Klimmen in de appelboom en roven de appelen, die ze ter plekke opeten. ‘s Nachts breken ze bij de boeren in, verkrachten de dochter, de boerin en de grootmoeder. Zo’n ras is dat, maar hier kruipen ze ‘s avonds braaf onder hun zeil en eh … bevredigen zich.

VORSTIN  De vrouwen zijn ook meegekomen, zie ik. Komt hier ook regelmatig een pastoor of een pater ?

MICHIELS  Ja, natuurlijk.

Jongen op de stelling moet niezen, wordt opgemerkt door Coeberger, die wuift en terug wuift en verdwijnt.

VORSTIN  Een levenswerk, hé Coeberger.

COEBERGER  Ja, Uwe Majesteit, ik word er licht euforisch van en ‘s avonds kan ik dan schilderen. Uwe Majesteit weet dat ik schilder ben ? Ik heb in Rome gewerkt, grote kunst gezien ! Da Vinci, Michelangelo, Botticelli, Rafaël, wat een innerlijke kracht ! Maakt van een eenvoudig mens een kunstenaar. Ik werk aan een schilderij van de heilige Sebastiaan. Houdt Uwe Majesteit van kunst ?

VORSTIN  Rubens, Coeberger.

COEBERGER verandert van onderwerp Weet u, Michelangelo en da Vinci bouwden vestingen, wel, ik leg moerassen droog. En ik zei: Michiels, we komen in de geschiedenisboeken. En zijn oogjes begonnen te pinkelen, hé Michiels?

MICHIELS  Inderdaad, van aandoening.

VORSTIN  Hebt u gedronken, Michiels? U stinkt naar bier en RUIKT parfum.

MICHIELS  Mijn vrouw heeft graag dat ik goed riek, Uwe Majesteit.

VORSTIN  U hebt een goede vrouw, Michiels. Coeberger, ik heb horen zeggen dat u samenhokt met een vrouw van lichte zeden ?

COEBERGER  Dat zijn valse geruchten, Uwe Majesteit, de tegenstanders verspreiden ze om mij van mijn sokkel te halen.

VORSTIN  Van uw sokkel, Coeberger ?

COEBERGER  Afgunst, Uwe Majesteit, afgunst.

VORSTIN  Akkerland moet het worden, Coeberger, vruchtbaar akkerland, onder een laagstaande zon die haar gloed werpt over velden vol papaverbloemen en koolzaad en haver voor de paarden en veel bonen voor de varkens en de mensen, en geiten en koeien langs de grachten en schapen en tabak en hoppe, genot en plezier maar met mate en middenin Gods natuur, Coeberger, een groot klooster, een kloosterkerk met een torenklok die regelmaat en vroomheid brengt in het leven van die gekrompen drinkebroers en goddelozen.

COEBERGER  Een klooster, Uwe Majesteit?

VORSTIN  Geen slimmere boeren dan kloosterlingen, Coeberger, wie kan er een grote hofstede beter besturen dan vader abt en zijn econoom. Kent U Idesbald van der Gracht, Coeberger ?

COEBERGER  Idesbald van der Gracht ? Neen. Kent u hem, Michiels ?

MICHIELS  Nog wel van gehoord, ja.

VORSTIN  U kent de heilige Idesbald niet ? Nu ja, u bent niet van hier. Welnu, Idesbald van der Gracht was hier abt en heeft de Duinenabdij tot ontwikkeling gebracht. Een heel succesrijke onderneming. U moet regelmatig tot de heilige Idesbald bidden en u ook, Michiels, voor het succes van de drooglegging van de Moeren.

COEBERGER  Ja, natuurlijk,  Uwe Majesteit. Maar verder denk ik niet dat de kloosters geïnteresseerd zijn in de Moeren. Ze hebben er geen cent in geïnvesteerd. Wij, de concessionarissen hebben er al ons spaargeld in gestoken, dan spreekt het toch voor zich dat de drooggelegde Moeren van ons zijn. De burgemeester mag op zijn kop staan. We gaan de grenzen verleggen. Zijn dorp zal inkrimpen.

VORSTIN  Geen grensoorlogen, hé Coeberger ! Ik wil mijn reputatie van vorstin van de vrede niet vuil maken aan burenruzies. U hebt het gehoord, hé !

COEBERGER  Grapje, Uwe Majesteit.

De vorstin werpt nog een laatste glimp op de werken.

MICHIELS  tegen Coeberger) Ze zegt van ons dat we stinken, maar heb je haar al eens geroken ? Zij heeft een lijfreuk, hé.

COEBERGER  Alle vorstinnen rieken zo.

VORSTIN  Wat zei u, Coeberger ?

COEBERGER  Dat Uwe Majesteit veel van humor houdt.

VORSTIN  Ja, Coeberger, vertel mij nog eens een paar goeie moppen over de Hollanders.

COEBERGER Weet Uwe Majesteit waarom een Hollander zijn penis in een knoop legt ? Om geen sporen achter te laten.