Inhoud
De verandering in Coma, Carambole en Cocaïne is een trilogie en bevat de stukken Van Vroeger en Nu ( De arme edelman uitgevonden door ’t gezelschap ’t doet geen zeer), Wortel tegenwoordig en De geschiedenis van Vlaendren of net niet.
‘De verandering in Coma, Carambole en Cocaïne’, een schrijfopdracht van de Vlaamse Gemeenschap, is een deconstructie van drie Vlaamse romanklassiekers, De armen edelman (Conscience), Boerenpsalm (Timmermans) en Het leven en de dood in de ast (Streuvels).
De trilogie is toevallig geschreven in de periode dat Marc Reynaert in samenwerking met het COCD (Centrum voor de Ontwikkeling van het Creatief Denken) een didactische tv-serie over creatieve denktechnieken aan het realiseren is en dat brengt hem op de idee om een van die technieken, nl het doorbreken van vanzelfsprekendheden, op het toneel toe te passen. Niets is vanzelfsprekend. Tabula rasa met alle theatrale conventies. De acteurs kruipen in de huid van daklozen die in een vuilnisbak de tekst ‘De arme edelman’ van Hendrik Conscience vinden en die op een eigenzinnige, verrassende, hilarische, schokkende manier ten tonele brengen.
Op een identieke wijze worden ‘Boerenpsalm’ van Felix Timmermans en ‘Leven en dood in den ast’ van Stijn Streuvels, aangepakt. De romans worden in feite in de geest van de tijd gedeconstrueerd.
In ‘Wortel tegenwoordig’ gaan de leden van een gezelschap in dialoog met elkaar over de tekst ‘Boerenpsalm’ van Felix Timmermans, geven er commentaar op, discussiëren, nemen de rol van de personages in het boek aan.
In ‘De geschiedenis van Vlaendren of net niet’ wordt het verhaal van Streuvels’ werkmensen, hun leven en dood in de ast verteld en naverteld, gespeeld en nagespeeld.
Affiche van de voorstellingen in De Zwarte Komedie (2004)
Om practische redenen werd ‘De geschiedenis van Vlaendren of net niet’ niet geproduceerd.
Op de première en de slotvoorstelling werden beide stukken, ‘De arme edelman…’ en ‘Wortel tegenwoordig’ na elkaar opgevoerd.
Aan de voorstellingen ging een promotiestunt vooraf. Hierover wijlen Bert Verhoye, oprichter en bezieler van De Zwarte Komedie:
“De Zwarte Komedie had in die jaren een reputatie opgebouwd met onder meer onverwachte en vaak spectaculaire promotie, die ons al eens voor de rechtbank bracht, maar dat zijn andere verhalen.
Ik belde Marc op en vroeg: “Wat denk je, als wij nu eens het gerucht lanceerden dat jij tijdens je opzoekingswerk voor het stuk een nog niet eerder gepubliceerd gedicht van Timmermans hebt gevonden?”
Marc vond het een fijn plan, een persbericht werd opgesteld. Onbekend gedicht van Timmermans ontdekt. Bevestigd door de universiteit van Rijsel. Afdeling Neerlandologie (bestaat niet). Professor Desmet (bestaat niet).
Bon. Bericht klaar. Maar hoe krijg je het in de krant?
Ik moest wachten tot een van de twee Belgaredacteurs in Antwerpen, tevens café-uitbater avonddienst had en voldoende achter de kiezen om het bericht op de ketting te zwieren, zoals dat toen heette. Twee dagen later was het zo ver.
De volgende dag stond het nieuws in alle Vlaamse kranten op de voorpagina, behalve in De Morgen. Daar was het pas ’s anderendaags, want die kwamen altijd een dag later.
Het Laatste Nieuws had zelfs de moeite genomen om uit het archief een foto op te diepen van Timmermans-met-pijp. Weze het gezegd dat de krant toen werd geleid door een hoofdredacteur waar ik ooit eens een meningsverschil mee had omdat hij dacht dat de dichter Eduardo Galeano een voetbalspeler was.
De regionale zender ATV, van geen kleintje vervaard, wou dat Marc het gedicht voorlas onder een leeslamp, terwijl de tekst over het scherm scrolde. Zo gezegd, zo gedaan. Tot een fataal voorval zich voordeed.
Die avond was de hoofdredacteur van ATV op bezoek bij mijn vriend Piet Piryns. Ze keken samen naar het nieuws. Tot Piet in een schaterlach losbarstte; “Heb jij niet door dat dit een grap is?” vroeg Piet.
De volgende dag kreeg ik de eerste telefoon van De Standaard. Of zij de tekst van het gedicht eens konden inkijken. Want let wel, verre van aan onderzoeksjournalistiek te doen, hadden alle Vlaamse gazetten het bericht wel verspreid, maar er was niet eens een gedicht! Wat nu?
Ik repte mij naar de antiekafdeling van De Slegte. In een bundel van een SS-officier die Nederlands had gestudeerd vond ik een Timmermansiaans gedicht. Dagen is er onder zogenaamde taalvirtuozen gediscussieerd over de authenticiteit.
En nog enige dagen later gaf krant na krant wrokkig toe dat ze bij de neus genomen waren. Maar wij hadden onze publiciteit en verder hoorde je ons niet mopperen.” (Apache, Koro 4 juni 2018)